Spelregels en puntentelling

Een speler heeft twee beurten om 10 pins (kegels) om te gooien. Elke omvergeworpen pin (kegel) is een punt. Tien pins om in één worp heet een strike. Gooi je dat in je eerste beurt dan ben je gelijk klaar. Je telt hiervoor 10 punten bij het resultaat van de twee volgende worpen. Blijven er na de eerste worp nog pins staan dan mag je nog een keer werpen.

Zijn na die tweede worp alle tien pins om, dan heb je een spare. Tel hiervoor 10 punten op bij het resultaat van de volgende worp. Gooi je in de 10e beurt een strike, dan mag je nog twee keer extra gooien, gooi je in de 10e beurt een spare dan mag je nog een keer extra gooien. De in deze extra beurt(en) gegooide punten tel je bij de score van de 10e beurt op.

De worpen worden als volgt genoteerd:
Strike = x
Spare = /
Geen pins om = -

Bowlingbal en schoenen

Door het Sportcentrum worden schoenen en ballen beschikbaar gesteld. De schoenen hebben speciale zolen. Alleen met die schoenen mag op de baan gelopen worden. Sportschoenen of andere schoeisel is dus op de baan niet toegestaan.

Het gewicht van de bowlingbal is van grote invloed op je score. Een zware bal zal gemakkelijker de 10 pins omgooien dan een lichtere. Een zware bal zal ook niet zo snel van zijn baan afwijken, maar het grotere gewicht moet wel beheerst kunnen worden. De keuze voor de heren zal over het algemeen vallen op gewichten van 14, 15 of 16 pond, voor dames op 12, 13 of 14 pond.

Je zult echter zelf moeten experimenteren welke bal je kiest en maak het je daarbij niet te gemakkelijk: een aanvankelijk moeilijk te controleren zware bal blijkt na enige weken toch aanmerkelijk beter te controleren. Die controle wordt nog beter als je een eigen bal aanschaft met een naar je hand gemaakte balboring. De medewerker van het Sportcentrum en het bestuur kunnen je hierover informeren.

Naast het gewicht speelt ook het oppervlak van de bal een belangrijke rol, vooral voor de mensen die de bal laten hoeken oftewel met een curve gooien. Hierbij buigt de bal op de laatste 4 a 5 meter van de baan, die niet geolied zijn af naar de pins. Een polyester oppervlak is gladder en harder dan een rubber oppervlak met het gevolg, dat een rubberen bal sneller hoekt. Dit wordt veroorzaakt doordat de zachtere rubber bal meer grip op de baan heeft. Er is ook nog een bal van urethane. Dit materiaal heeft een nog grotere mate van stroefheid, waardoor op een harde baan ook een goede grip wordt verkregen.

Kleding

Het enige speciale wat gevraagd wordt zijn de schoenen (de bowlingcentra laten je niet zonder bowlen). De bekendste merken zijn Linds en Dexter. Al de andere kleding heb je waarschijnlijk wel in je kledingkast hangen. Comfortabel zittende jeans of katoenen broeken en katoenen (polo)shirts met korte mouwen zijn het best. Te nauwe of te wijde kleding kan de bewegingsvrijheid beperken. Bij sommige toernooien of clubs wordt bepaalde kleding verplicht gesteld. Dus als je doel is om op een hoger niveau te bowlen, kan het geen kwaad om te wennen aan het dragen van polo shirts en katoenen broeken bij het bowlen.

Gedragskode op de baan

Net als in het verkeer geldt: rechts heeft voorrang. Staat een speler op de baan rechts van je klaar, stap dan niet de baan op. Gebruik ook niet iemand anders bal, zonder te vragen. Mors geen drank op de baan, ga je er met je schoen op staan dan kan je lelijk slippen of struikelen doordat de zool niet meer goed glijdt.

Zorg dat je met je schoen niet over de foutstreep komt! De baan is geolied en je kunt dan flink onderuitgaan. Er zijn al heel wat ‘funniest homevideos’ geweest, waarop te zien was dat iemand op de bowlingbaan onderuit ging.

Klik hier om het volledige sportreglement te bekijken.